jhm.nljhmkindermuseum.nlhollandscheschouwburg.nlportugesesynagoge.nletshaim.nljoodsmonument.nlmenassehbenisrael.nl
home Menasseh ben Israel
home Menasseh ben Israel
 

Binnenkort

Tue 24-07-2018
In Memoriam Evelien Gans

In Memoriam Evelien Gans

 

Een paar maanden geleden bezocht ik met Evelien Gans een voorstelling van het toneelstuk “Achter het Huis” van Leonard Ilja Pfeijffer. Het toneelstuk, dat gebaseerd was op het dagboek van Anne Frank en gelardeerd met grove taal en seks, schuwde de controverse niet. Ik had Evelien gevraagd mij te vergezellen omdat zij controverses rond joodse stereotyperingen veelvuldig had onderzocht en met een scherp oog beschreven. Vaak had zij er ook zelf deel van had uitgemaakt, soms tegen wil en dank, soms juist omdat zij meende dat de discussie gevoerd moest worden. Evelien koesterde bijzonder lage verwachtingen, maar wilde toch mee. Na afloop stormde ze op een groepje wildvreemden af om hun reacties te peilen. Nauwelijks hadden die kunnen zeggen dat zij het wel mooi hadden gevonden, of Evelien interrumpeerde, de klemtonen benadrukkend: “Ík vond het pórnográfisch ántisémítisme”. Dat was Evelien ten voeten uit: uitgesproken, met lef, scherp, origineel, gedreven, maar soms ook over the top.

            Mijn eerste kennismaking met het werk van Evelien was als student. De gedurfde maar tegelijkertijd ook afgewogen analyse van wederzijdse joods/niet-joodse beeldvorming in Nederland in haar Gojse nijd &  joods narcisme, maakte grote indruk op mij. Zozeer, dat toen de discussie over het boek verzand was geraakt in geruzie over een opmerking van Theo van Gogh - die Evelien achteraf ook als pornografisch antisemitisme zou bestempelen - ik de noodzaak voelde met een ingezonden brief te pleiten dat men liever dit boek weer zou lezen dan aandacht te verspillen aan de opmerking van Van Gogh. Later kreeg ik professioneel met haar te maken omdat haar Bijzondere Leerstoel Hedendaags Jodendom: zijn Geschiedenis en Cultuur ondergebracht was bij het Menasseh ben Israel Instituut, en wij met haar verschillende symposia organiseerden. bijvoorbeeld over Jud Süss en rond Ischa Meijer’s commentaar op de Fassbinderaffaire met het toneelstuk “Ons dorp, de schoonheid en het leven“. Maar ik kwam haar veel vaker tegen: er waren maar weinig collega’s die zo regelmatig onze en andere evenementen, ook wanneer zij zelf niet in het programma stond, bezochten. Vrijwel altijd mengde zij zich in de discussie. Doorgaans chaotisch maar meestal ook raak. Evelien deed haar werk vol overgave. Het was haar kracht en haar zwakte. De polemieken die zij voerde, bijvoorbeeld tegen de trend van “nivellering” in de geschiedschrijving over de Tweede Wereldoorlog, waren voor haar een dure plicht, een opdracht die voortkwam uit de verantwoordelijkheid van haar positie als intellectueel, historica, expert op het gebied van antisemitisme en hoogleraar. Haar felheid kon soms verbazing wekken, maar in een tijd dat geesteswetenschappers soms zelf gaan twijfelen aan de maatschappelijke zin van hun werk, was die intense betrokkenheid ook een verademing. Evelien aarzelde niet om zelf uit te delen, maar de betrokkenheid in deze polemieken viel haar ook zwaar. Vaak voelde zij zich te weinig gesteund, en raakte zij ontstemd over de felle reacties die haar zware kritiek uitlokten. Maar hoewel zij zeker vijanden maakte, wist zij wel degelijk steun te mobiliseren, en, ik denk mede door haar gedrevenheid, niet alleen te zorgen voor Nachwuchs, maar sowieso veel mensen aan zich te binden. Dat was overigens niet alleen via haar polemieken. Zij schreef geschiedenis met een literaire stijl. Haar proefschrift, De Kleine verschillen die het leven uitmaken, een historische studie naar joodse-sociaal democraten en socialistisch zionisten in Nederland, was al geschreven voor een breder publiek dan alleen vakgenoten, en hoeveel mensen van ver buiten de joodse studies hebben niet genoten van het eerste deel van haar dubbelbiografie over Jaap en Ischa Meijer, en wachtten met smart op het vervolg. Zij maakte zo haar leerstoel tot een prachtig uithangbord voor het vakgebied en toen zij haar afscheidscollege hield, was dat in een stampvolle aula.

            Vorige week was ik op het congres van de European Association of Jewish Studies. Evelien had op het laatste moment afgezegd, misschien een voorbode van wat komen zou, maar met een collega sprak ik uitgebreid over de bundel The Holocaust, Israel and ‘the Jew’, Histories of Antisemitism in Postwar Dutch Society, die zij had samengesteld met Remco Ensel, en waar zij verschillende artikelen in had geschreven. Hoewel we allebei kritiek hadden, waren we het ook eens dat zij een onmisbaar werk had afgeleverd, waar men in lengte van jaren niet omheen zou kunnen. Zij had het toch voor elkaar, dat er, ondanks haar afwezigheid, over haar werd gesproken. De onderwerpen die zij bestudeerde blijven actueel, en haar analyses relevant. Ik hoop dan ook dat er nog lang over haar werk zal worden doorgepraat, ook al kan zijzelf daar niet meer over waken.

 

David Wertheim

Directeur Menasseh ben Israel Instituut

 

 

 


terug