jhm.nljhmkindermuseum.nlhollandscheschouwburg.nlportugesesynagoge.nletshaim.nljoodsmonument.nlmenassehbenisrael.nl
home Menasseh ben Israel
home Menasseh ben Israel
 

Archief

Fri 17-05-2019
15e Hartog Beemprijs

 

Afke Berger wint 15e Hartog Beem scriptieprijs. 

 

 

Op 15 mei won Afke Berger met haar scriptie "Toegelaten/Afgewezen”, een studie naar de joodse asielaanvragen in Nederland voorafgaand aan de Tweede Wereld Oorlog", de Hartog Beemprijs.

De prijs werd uitgeschreven door de Menasseh ben Israel Instituut Commissie voor de Geschiedenis en de Cultuur van de joden in Nederland en werd uitgereikt voor de beste Nederlandse of Belgische masterscriptie (Nederlands of Engelstalig) over joodse geschiedenis en cultuur door een auteur onder de 35 jaar, voltooid na 15 september 2014. De jury bestond uit prof.dr. J. Frishman (Universiteit Leiden) voorzitter, prof.dr. K. Hofmeester (IISG) en prof. dr. F. van Vree (directeur NIOD). De prijs omvat een bedrag van €1.500. De winnaar krijgt bovendien de mogelijkheid een bewerking van de scriptie uit te geven in de reeks Menasseh ben Israel Instituut Studies.


De Hartog Beemprijs werd mogelijk gemaakt dankzij subsidies van Stichting Collectieve Maror Gelden en Edward van Voolen.

 

Juryrapport Hartog Beem prijs 2019

 

De Hartog Beem prijs werd 38 jaar geleden ingesteld, en is vernoemd naar de bekende Nederlandse joodse historicus en pionier op het gebied van West-Jiddisj en de geschiedenis van het Joodse leven in de mediene. Beem leefde van 1892 tot 1987. Hij publiceerde ruim vierhonderd artikelen en boeken waaronder De Joden van Leeuwarden, Uit Mokum en de Mediene, Jeroshe en She’erit. Woordenboek van het Nederlandsche Jiddisch. Beem was ook - met Jozef Michman en zijn zoon Dan - samensteller van Pinkas. Geschiedenis van de Joodse Gemeenschap in Nederland, de geschiedenis van de Joden in alle dorpen en steden buiten Amsterdam vanaf het begin tot de vernietiging tijdens de Sjoa en de wederopbouw erna.

 

De jury leden – Prof dr. Frank van Vree, Prof dr. Karin Hofmeester en ikzelf als voorzitter - hebben negen ingezonden scripties gelezen en beoordeeld, waarvan vier betrekking hebben op de Nederlands joodse geschiedenis. Graag wil ik in kort bestek aandacht besteden aan de inhoud van de scripties, in het bijzonder de vier scripties die de laatste ronde bereikt hebben, alvorens over te gaan tot het uitreiken van de prijs.

 

Eén master student bespreekt het verband tussen de sociaaleconomische klasse van joden en de kans op deportatie aan de hand van kampdagboeken. De auteurs van de dagboeken laten geen duidelijk verband zien tussen klasse en deportatie maar stellen wel dat het hebben van bepaalde relaties of soms het geluk om op een bepaalde Sperre-lijst te staan, tot uitstel van deportatie kon leiden.

 

Een tweede scriptie vergelijkt de christelijk-sociale traditie in Nederland, Duitsland en Oostenrijk en de visie in die landen op het joodse vraagstuk in de periode 1875-1914 aan de hand van drie sleutel figuren: Kuyper, Stöcker en Lueger. Allen spreken zich negatief uit over joden en hebben een aversie tegen de band tussen jodendom en liberalisme. Kuyper en Stöcker beweerden dat de joden een bedreiging vormden voor de christelijke identiteit en de natie. Opvallend is verder dat ze het zogenaamde joodse vraagstuk als een sociaal-ethisch of zedelijk vraagstuk behandelen. En dat Kuyper altijd ontkent heeft dat hij antisemitisch was en wilde als zodanig niet gezien worden.

 

De centrale figuur in de scriptie “Discovering the Harp of Zion” is Gustav Karpeles, schrijver van de eerste systematische geschiedenis van de Joodse literatuur. Besproken wordt hoe Karpeles’ biografie van Heinrich Heine in feite een rehabilitatie bevat, niet alleen van de beroemde schrijver maar in feite van alle joden alsook het jodendom in het algemeen. Als zodanig is het werk van Karpeles een klassieke voorbeeld van laat 19de eeuwse Duits-joodse apologetiek, met een zoektocht naar wegen om het jodendom nieuw leven in te blazen.

 

De bespreking van factoren die geleid hebben tot veranderingen in joodse identiteit vormt ook de kern van de scriptie “As Jews. Toward an Understanding of the Politics of American Jewishness”, waarin de weerslag van de Zes Daagse Oorlog op Amerikaans joodse intellectuelen onderzocht wordt. Daarbij komen assimilatie en de joodse bijdrage aan beschaving ook aan de orde.

 

Ten slotte “Travelling on the Heavenly Road” is een interessante poging om het aspect van reizen in de Hekhalot en Merkavah Literatuur te bestuderen uit het perspectief van de moderne studie van reis literatuur (travel literature).

 

Nu ben ik beland bij de vier scripties waaruit de winnaar gekozen is: “Judaism Organized: Concepts of Life and Organicity in German-Jewish Scholarship during the Nineteenth Century” van Diederik Broeks; “The Dutch-Jewish Circumcision Debates of the Nineteenth century. The Medicalization of a Religious Rite” door Paulien Post;  “Under the Moon and Stars. The Impact of the Great War on the Ottoman Sephardic Community of Antwerp (1870-1930)” van Thomas Verbruggen; en “Toegelaten/Afgewezen. Een digitale data-analyse van joodse aanvragen tot asiel in Nederland 1938-1939” van Afke Berger.

Om tot een oordeel te komen hebben de juryleden de volgende criteria toegepast: de onderzoeksvraag, innovatie en creativiteit, het gebruik van bronnen en literatuur en – ook niet onbelangrijk – compositie, taal en stilistisch elementen. Ik zal enkele van deze punten belichten bij het bespreken van de zojuist genoemde scripties, om te beginnen met “Judaism Organized”. Deze scriptie bespreekt hoe de in 19de eeuws Europa veel gebruikte concepten van leven, biologie en organiciteit hun weerslag gevonden hebben in de Duits-joodse discours van de Wissenschaft des Judentums. Het model van verval en opleving, degeneratie en regeneratie werden niet alleen van buitenaf op het jodendom toegepast maar ook door joodse denkers zoals Zunz, Steinschneider en Geiger in hun visie op de revitalisering van de rabbijnse traditie en de emancipatie der joden. De opbouw van deze scriptie was goed en het gebruik van bronnen veelvuldig en degelijk. Dat de constructie van joodse identiteit in de 19de eeuw zeer bepaald en ook beperkt werd door de polemiek met de – vooral christelijk - buiten wereld is bekend. Broeks heeft op innovatieve wijze laten zien dat aan planten gerelateerde metaforen deze polemiek niet alleen weerspiegelde maar ook bepaalde. In het kort: de invloed van taal op politiek en zelfbeeld.

 

De ontwikkeling van het zelfbeeld van de joodse gemeenschap in de 19de eeuw komt ook aan de orde in de scriptie van Paulien Post over de debatten rondom besnijdenis in Nederland. In tegenstelling tot Duitsland, beweert de schrijfster, werd besnijdenis niet beschouwd als een obstakel voor integratie in Nederland waar emancipatie immers sneller en makkelijker tot stand kwam. Wel werd besnijdenis in de loop der tijd als een medische ingreep beschouwd waarin hygiëne een belangrijke rol speelde. Dit leidde tot een machtsstrijd tussen artsen en rabbijnen waarbij “modern” en traditioneel georiënteerde ouders ook betrokken werden. Voor deze interessante studie werd veelvuldig en goed gebruik van archieven gemaakt. De juryleden misten wel een contextualisering wat de ontwikkeling van het begrip hygiëne in het algemeen betreft en de toepassing daarvan op besnijdenis in een vergelijkend perspectief in Nederland en elders in Europa.

 

“Under the Moon” beschrijft een tot nu toe onderbelichte bevolkingsgroep in Antwerpen, namelijk de Ottomaans Sefardische gemeenschap. Ook voor deze scriptie werd noestig archiefwerk verricht. En er wordt aandacht besteed aan het brede oosters-Sefardische netwerk dat actief was o.a. in de diamanten industrie maar ook voor het in stand houden van een Ottomaanse loyaliteit naast een meer kosmopolitisch joodse identiteit. Ingewikkeld wordt het met de Eerste Wereld Oorlog, toen de Duitsers dreigden deze Belgische joden als vijanden te beschouwen. Door hun identiteit als een minderheid te benadrukken wisten deze joden toch een ontsnappingsroute te vinden. Op deze wijze vindt er een verschuiving plaats in hun identiteit van Ottomanen tot onderdrukte minderheid en vervolgens tot Oriëntaalse joden. Fascinerend. Maar de jury had toch graag ook wat meer inbedding gezien in het beleid van België ten aanzien van de verschillende migranten groepen in dezelfde periode.

 

Ten slotte “Toegelaten/Afgewezen”, een studie naar de joodse asielaanvragen in Nederland voorafgaand aan de Tweede Wereld Oorlog. Het gaat over mensen die rechteloos werden gemaakt en “compleet overgeleverd werden aan de wil van derden”. Omdat Nederland een repressief beleid voerde ten aanzien van nieuwkomers, werden slechts 1.800 joden van de meer dan 40.000 brievenschrijvers uiteindelijk toegelaten. Afke Berger koppelde informatie uit de brieven aan gegevens uit archieven en databases met de volgende drie doelstellingen: achter komen wie die aanvragers precies waren; waarop hun toelating of afwijzing gebaseerd werd (dat blijkt voornamelijk sociale status te zijn); het toepassen van een nieuwe onderzoeksmethode en de inzetbaarheid daarvan toetsen.

De conclusie van de jury: Deze scriptie is vlot geschreven en zeer goed leesbaar, waarbij de individuele verhalen en ervaringen op een geslaagde manier verweven zijn met de beschrijving van patronen en ontwikkelingen rondom asielaanvragen. Ook wordt de historische context van de jaren ‘30 en het Nederlandse beleid ten aanzien van vluchtelingen duidelijk geschetst. Zeer innovatief is het gebruik van verschillende, recent beschikbaar gemaakte databases om informatie te winnen, in het bijzonder over mensen die er niet in geslaagd zijn om toegelaten te worden in Nederland. Tegelijkertijd is de auteur zich bewust van de beperkingen die het gebruik van ‘digital humanities’ met zich meebrengt. Wij zijn benieuwd naar de te behalen resultaten wanneer deze nieuwe werkwijze op grotere schaal ingezet wordt.

 

Wij feliciteren Afke Berger met het winnen van de vijftiende Hartog Beem prijs en feliciteren met de winnaar tevens de auteurs van alle ingezonden scripties wier werk wij met plezier gelezen hebben. Uiteraard juichen wij hun belangstelling voor joodse studies van harte toe.

 

 

 

 

Prof.dr. Judith Frishman

Jury voorzitter

Hartog Beem prijs 2019


terug